Zeeuwse holle oesters ( creuse)12 stuks

9,50

Beschrijving

Een zilte metaalachtige, niet te vette smaak. De schelp is gemiddeld vol.

De kweek van een Zeeuwse creuse gaat in feite het zelfde in zijn werk als de kweek van een Franse creuse. Het verschil is dat deze oesters in de Oosterschelde en het Grevelingen meer worden gekweekt. De temperatuur van het water, het zoutgehalte, de bodemgesteldheid, het zuivere water en de beschutte ligging maken beide gebieden de ideale plaats voor de oesterkweek. In de maanden juli en augustus drijven in de Oosterschelde oesterlarfjes. Door het toenemende gewicht van hun schelp zakken de larfjes na een paar weken naar de bodem.

De Zeeuwse oesterkwekers hebben op hun eigen percelen collecteurs uitgezet. Collecteurs zijn voorwerpen, waaraan de oesterlarfjes zich vasthechten om te kunnen volgroeien. Tijdens het groeiproces verplaatst de kweker de oesters af en toe naar andere percelen. Het verplaatsen van oesters is nodig om ze optimaal te laten groeien. Het verplaatsen gebeurt bij de Zeeuwse creuse gemiddeld twee keer per jaar en de Zeeuwse platte oester wordt jaarlijks verplaatst. Het oesterbroed valt meestal op schone grond met ondiep water en veel voedsel.

Hier blijft de oester een paar maanden liggen. Daarna wordt de oester verplaatst naar de percelen waar op dat moment de juiste natuurlijke omstandigheden heersen die passen bij de levensfase waarin de oester dan verkeert. In de laatste fase komen de oesters op de beste, schone gronden terecht met het voedselrijkste water en veel stroming. Hier is een continue toevoer van voedsel, waardoor het vlees in de schelp mooi vol wordt.